Les 2 – De neiging om te redden
Wanneer iemand het moeilijk heeft, kan er een sterke impuls ontstaan om te helpen.
Dat is menselijk.
Maar soms gaat helpen zo snel dat we niet eerst controleren:
Wil deze persoon eigenlijk hulp?
Is dit werkelijk mijn verantwoordelijkheid?
Kan de ander dit misschien zelf?
Reddersgedrag betekent niet dat je bewust controle wilt hebben.
Het kan juist voortkomen uit zorg, angst of ongemak.
Want wanneer een ander zich slecht voelt, kan dat ook in jou spanning oproepen.
Door te helpen probeer je dan soms óók je eigen spanning te verminderen.
Verdieping
📖 Lees in het tekstboek:
Hoofdstuk 2 – Helpen, redden en oplossen
Daar lees je meer over:
- de reddersrol
- waarom helpen soms automatisch gaat
- de behoefte om ongemak te verminderen
- het verschil tussen steun bieden en overnemen
Aan de slag
✏️ Maak in het werkboek:
Oefening 2 – Mijn redder herkennen
Kies een situatie waarin je snel in actie kwam.
Vraag jezelf:
Wat gebeurde er?
Wat voelde de ander?
Wat voelde ik?
Wat wilde ik meteen doen?
Heeft de ander mij om hulp gevraagd?
Wat zou er gebeuren als ik even niets oploste?
Reflectie
Kan ik naast iemand blijven staan zonder meteen vóór iemand te gaan lopen?
← Vorige les | → Ga verder naar les 3