Module 7: Zachter voor jezelf 

 

 

 

Les 3: De criticus probeert vaak iets te voorkomen

 

De innerlijke criticus kan hard klinken.

Misschien hoor je gedachten als:

Je moet beter je best doen.
Je mag geen fouten maken.
Straks vinden ze je niet goed genoeg.
Je moet sterk blijven.
Je mag niet lui zijn.

Op het eerste gezicht lijkt die stem vooral streng of afwijzend.

Maar onder die strengheid zit vaak iets anders.

Een poging om je te beschermen.

Misschien probeert die stem te voorkomen dat je:

  • faalt;
  • afgewezen wordt;
  • kritiek krijgt;
  • iemand teleurstelt;
  • controle verliest;
  • niet goed genoeg gevonden wordt;
  • kwetsbaar wordt.

Dat maakt de zelfkritiek niet automatisch helpend.

Maar het kan wel helpen om hem anders te begrijpen.

In plaats van alleen te denken:

“Hoe krijg ik deze stem weg?”

kun je ook onderzoeken:

“Waar probeert deze stem mij eigenlijk voor te beschermen?”

Soms ontstaat er dan iets meer afstand.

Je hoeft de criticus niet meteen te geloven.

Je kunt hem leren herkennen als een oude beschermingsreactie.

Verdieping

📖 Lees in het tekstboek:

Hoofdstuk 3 – De beschermende functie van zelfkritiek

Daar lees je meer over:

  • waarom zelfkritiek soms bescherming probeert te bieden;
  • angst onder perfectionisme;
  • controle en voorkomen;
  • waarom strengheid soms voelt als veiligheid;
  • het verschil tussen begrijpen en gehoorzamen.

Aan de slag

✏️ Maak in het werkboek:

Oefening 3 – Wat probeert mijn criticus te voorkomen?

 

Kies één kritische zin die vaak terugkomt.

Bijvoorbeeld:

“Je moet harder je best doen.”

Vraag jezelf daarna:

  • Waar is deze stem bang voor?
  • Wat probeert deze stem te voorkomen?
  • Wat denkt deze stem dat er gebeurt als ik zachter voor mezelf ben?
  • Waar probeert hij mij voor te beschermen?
  • Welke behoefte zit er misschien onder?

Dat kan bijvoorbeeld zijn:

veiligheid
erkenning
controle
rust
vertrouwen
acceptatie
verbondenheid

Reflectie

 

Probeer de criticus vandaag niet te bestrijden.

Merk alleen op:

“Ah, daar is die beschermende stem weer.”

En vraag jezelf daarna:

Wat heb ik op dit moment werkelijk nodig?

Misschien geen strengheid.

Misschien juist duidelijkheid.

Rust.

Een realistische grens.

Troost.

Of vertrouwen.

Kleine oefenzin

 

Je kunt tegen jezelf zeggen:

“Ik snap dat een deel van mij bang is dat het misgaat. Maar ik hoef mezelf niet af te breken om veilig te zijn.”

 

 

 


← Vorige les | → Ga verder naar les 4