Module 7 - Zachter voor jezelf 

 

 

 

Les 5: Schaamte en het gevoel dat je tekortschiet

 

Er is een belangrijk verschil tussen schuld en schaamte.

Schuld zegt:

“Ik heb iets gedaan waar ik niet tevreden over ben.”

Schaamte zegt eerder:

“Er is iets mis met mij.”

Dat verschil lijkt klein, maar het heeft veel invloed op hoe je naar jezelf kijkt.

Wanneer je iets verkeerd doet, kun je daar verantwoordelijkheid voor nemen.

Je kunt iets herstellen.

Je kunt je excuses aanbieden.

Je kunt leren van wat er gebeurd is.

Maar wanneer een fout meteen verandert in:

Ik ben dom.

Ik ben lastig.

Ik doe het nooit goed.

Ik ben niet goed genoeg.

dan gaat het niet meer alleen over wat je deed.

Dan raakt het aan je gevoel van eigenwaarde.

Waarom schaamte zo hard kan binnenkomen

Schaamte maakt je vaak kleiner.

Je wilt jezelf verstoppen.

Je trekt je terug.

Je gaat piekeren.

Of je probeert juist extra hard je best te doen om te bewijzen dat je wél goed genoeg bent.

Daardoor kan schaamte de innerlijke criticus nog sterker maken.

Verdieping

📖 Lees in het tekstboek:

Hoofdstuk 5 – Schaamte en eigenwaarde

Daar lees je meer over:

  • het verschil tussen schuld en schaamte;
  • waarom schaamte zo persoonlijk voelt;
  • hoe fouten gekoppeld kunnen raken aan eigenwaarde;
  • waarom schaamte vaak leidt tot terugtrekken of overcompenseren;
  • hoe je gedrag kunt onderzoeken zonder jezelf af te wijzen.

Aan de slag

✏️ Maak in het werkboek:

Oefening 5 – Ik bén niet mijn fout

Denk aan een situatie waar je nog streng over bent voor jezelf.

Schrijf op:

  • Wat gebeurde er feitelijk?
  • Wat verwijt ik mezelf?
  • Welke verantwoordelijkheid kan ik nemen?
  • Wat zegt dit over mijn gedrag?
  • Wat zegt dit níét over mijn waarde als mens?

Reflectie

Probeer daarna deze twee zinnen naast elkaar te zetten:

“Ik heb iets gedaan waar ik niet tevreden over ben.”

en

“Ik ben niet goed genoeg.”

Voel eens wat het verschil met je doet.

De eerste zin geeft ruimte voor verantwoordelijkheid en groei.

De tweede maakt jou als persoon het probleem.

Kleine oefenzin

Zeg rustig tegen jezelf:

“Ik kan iets verkeerd doen zonder zelf verkeerd te zijn.”

Of:

“Mijn gedrag mag veranderen, zonder dat ik mezelf hoef af te wijzen.”

Observatie voor deze week

Let eens op hoe snel je van een fout of ongemakkelijk moment naar een oordeel over jezelf gaat.

Vraag jezelf dan:

Heb ik nu iets gedaan waar ik van kan leren, of maak ik mezelf als persoon verkeerd?

Alleen dat onderscheid leren zien, kan al veel veranderen.

 

 

 


← Vorige les | → Ga verder naar les 6